FYSIEKE EN VIRTUELE MUSEA
Een belangrijk onderdeel binnen dit project vormt de samenwerking tussen de verschillende organisaties en personen die zich bezighouden met mobiel erfgoed of de mobiliteitshistorie. Van 25 tot en met 28 oktober jl. werd in Helmond een internationale conferentie gehouden over verkeers-, transport- en mobiliteitshistorie. Ruim 100 deskundigen, mobiliteitshistorici, designhistorici, beleidsmakers en museumcuratoren uit 23 landen kwamen bij elkaar om te discusseren over onderwerpen binnen dit vakgebied.
Een interessante omgeving om een eerste demo van het mobiliteitsmuseum te presenteren voor terugkoppeling op hetgeen gerealiseerd is, maar vooral ook om een netwerk op te zetten om samen het VMM verder uit te bouwen. Een speciale sessie op donderdagmiddag was gewijd aan het Virtueel Mobiliteitsmuseum, waarbij nationale en internationale sprekers ingingen op de rol die het Virtueel Mobiliteitsmuseum kan spelen vanuit de museale en wetenschappelijke wereld en vooral het grote publiek.

Paul Smith, erfgoeddeskundige bij het Franse ministerie voor Cultuur, trapte af met een presentatie over mobiel erfgoed in Frankrijk en bracht met name de kloof tussen beleid en praktische uitvoering ter sprake. Arjen Kok (Instituut Collectie Nederland) vervolgde met een presentatie over mobiel erfgoed in Nederland en lichtte een en ander toe omtrent het waardestellend kader. Kok benadrukte het belang van dynamiek van mobiel erfgoed, iets waarbij een Virtueel Museum via filmmateriaal een rol kan spelen.

Tenslotte Gijs Mom, mobiliteitshistoricus aan de TU/e en bestuursvoorzitter van het ECMD, vertelde over de ontwikkeling van het VMM waarvan het idee 5 jaar geleden ontstaan tijdens een workshop in Turijn. Dankzij belangrijke ondersteuning 3 Nederlandse cultuurfondsen, Mondriaan Stichting, VSBfonds en Prins Bernhard Cultuurfonds wordt nu een belangrijk fundament gelegd, een basis voor de toekomst. Mom voorziet in een verder ontwikkeld stadium verschillende kamers zoals een studeerkamer voor studenten met bijvoorbeeld de canon van naslagwerken op gebied van mobiliteit, een wikipedia van de mobiliteit voor en door historici en museumzaal bedoeld ter lering en vermaak van het grote publiek.

PUBLIEKE DISCUSSIE
Het tweede deel van de middag bestond uit een ronde tafel discussie met in het panel Max Popma (Virtueel Mobiliteitsmuseum), Colin Divall (Institute for Railway Studies), Peter Nijhof (RACM), Arjen Kok (ICN) en Garth Wilson (Canadian Science Museum) en werd afgesloten door een publiek debat. De vraagstelling daarbij was of er een meerwaarde wordt gezien in een Virtueel Mobiliteitsmuseum en wat deze is, bekeken vanuit de perspectieven van verschillende aanwezigen, curatoren, historisch wetenschappers en in mobiliteit geïnteresseerd publiek. Een van de belangrijke punten die gemaakt werd, is dat de historische beleving van de mobiliteit gereconstrueerd kan worden en de tentoongestelde transportmiddelen tot leven kunnen komen aan de hand van gedigitaliseerd historisch beeldmateriaal en video’s. De voertuigen kunnen daarmee tevens in de historische context geplaatst worden en met op de achtergrond personen uit de tijd waarin het gebruikt werd, historische infrastructuur en meer. Ook historische infrastructuur zou op termijn onderdeel moeten zijn van het Virtueel Mobiliteitsmuseum. Bijkomende interessante mogelijkheden die internet bieden zijn reacties van bezoekers die niet alleen hun beleving van de opkomst van de massamotorisering kunnen vertellen, maar ook hun privé foto- en filmmateriaal ter beschikking van het grote publiek kan stellen.

Een andere aanwezige merkte op vooral veel waarde te hechten aan een mogelijkheid om nationaal en internationaal bij te dragen aan de geschiedenis van de mobiliteit door via een forum met elkaar te discusseren, onderzoeken te publiceren (en te koppelen aan de context), maar zeker ook middels een wikipedia-achtige structuur. Het VMM wordt hiermee een informatiebron voor verschillende groepen van wetenschappers tot studenten en het brede publiek, maar wordt daardoor ook gevoed.

HOE VERDER?
Geconcludeerd kan worden dat binnen T2M, toch zeker draagvlak aanwezig is om een dergelijk initiatief verder te ontplooien, zeker aangezien enkele partijen hebben aangegeven te willen participeren zodra er een internationale projectgroep wordt opgesteld. Het ECMD heeft daarom de intentie om volgend jaar in Ottawa een nieuwe sessie te organiseren om verder concreet te worden voor wat betreft de internationale ontwikkeling van het VMM.

